Wat is hoogbegaafdheid?

Is mijn kind niet gewoon wat sneller dan de rest met taal of rekenen? Interesse in dingen die om hem heen spelen en veel vragen stellen, dat doen alle kinderen toch?
 
Veel ouders van begaafde kinderen vragen zich af of hun kind niet gewoon een ontwikkelingsvoorsprong heeft. Als ouder ben je zo met je kind meegegroeid dat je het normaal vindt wat je kind kan en waar hij/zij minder goed in is. En broertjes of zusjes kunnen dat immers vaak ook. Dan valt het pas op de basisschool op dat je kind een grotere ontwikkelingsvoorsprong heeft en misschien wel hoogbegaafd is.
 
Onder hoogbegaafdheid wordt verstaan het hebben van hoge intellectuele capaciteiten, creatief zijn in het bedenken van oplossingen en het hebben van doorzettingsvermogen om een taak te volbrengen.
 
De kenmerken van een hoogbegaafd kind zijn onder andere dat hij/zij veel vragen stelt en antwoorden zoekt, vaak al vroeg een grote woordenschat heeft, een groot gevoel voor rechtvaardigheid heeft en hoge eisen aan zichzelf stelt. Hoogbegaafde kinderen die graag in de groep willen passen, vertonen vaak ander gedrag thuis dan op school. Zo vertonen ze bijvoorbeeld op school aangepast gedrag en reageren dat thuis af in druk of boos zijn. Of ze doen op school mee met de taken en vragen aan jou thuis nog veel extra uitdaging (extra sommen, vragen over hoe dingen werken, eindeloos knutselen of kleuren).
 
Ongeveer 2% van de kinderen is hoogbegaafd. Dat betekent niet dat ze op school ook zomaar goed presteren. Ze denken en leren anders, vanuit inzicht. Ze zien eerst het geheel en daarna de onderdelen waaruit het geheel bestaat. Vaak moeten ze alsnog ‘leren leren’ omdat het ze aan uitdaging heeft ontbroken om zich die vaardigheid eigen te maken.
 
Dat heeft tot gevolg dat een hoogbegaafd kind in het reguliere onderwijs kan vastlopen omdat hij/zij de lessen ‘saai’ vindt en daardoor vaak afwezig is (waardoor het er de schijn van kan hebben dat het kind de reguliere stof nog niet beheerst). Dan is er sprake van onderpresteren. Ook kan het kind vastlopen in het idee dat hij/zij alles in één keer en perfect moet kunnen, waardoor hij/zij niet aan een opdracht durft te beginnen waarvan hij/zij niet zeker weet dat hij/zij hem positief kan afronden of waardoor het kind lang treuzelt om te starten. In dat geval is er sprake van faalangst.